De persoon achter het CV 

Geboren op 13 augustus 1953 voel ik mij nu op de leeftijd aangekomen waarop het zinvol is zowel terug te kijken naar de weg die ik heb afgelegd alsook vooruit te blikken naar wat de toekomst mij brengen zal. Dit is een goed moment daarvoor. Lange tijd immers zijn mijn hersenen gestimuleerd geworden en hebben zich als gevolg daarvan verbindingen gevormd die op hun beurt associaties hebben gebracht waarvan ik nu de vruchten kan plukken. Ik kijk uit naar de komende 20 jaar van mijn academische leven, want ik heb het gevoel dat ik pas nu het punt heb bereikt waarop ik mijn capaciteiten maximaal kan benutten. Dat is ook wat de universiteit van je verlangt. Werken in een intensieve kennisorganisatie – wat een universitaire instelling toch is – brengt een voortdurende persoonlijke intellectuele groei met zich, en wanneer een persoon niet kan blijven groeien, dan is er geen plaats voor hem.

Laat ik allereerst eens terugblikken op mijn carrière tot nu toe.

Ten eerste voel ik mij, als zovelen, niet zo oud als ik ben. De foto’s beziend die in het fotoalbum worden getoond, voel ik mij nog steeds de jongeman die aan zijn eerste hardloopwedstrijd deelneemt. Een race die ik niet won, maar wel als derde wist te beëindigen. Hoe dat kwam? Omdat ik begreep dat, wil je vooraan finishen, het belangrijk is om ook snel te starten. Inhalen van de andere deelnemers is immers vaak lastiger dan bijblijven met de eersten. Dit is ook wat ik doe in mijn werk: ik begin altijd voortvarend en door mijn gedreven focus blijf ik doorgaan en gebruik al mijn energie voor mijn persoonlijke goals. Op deze manier hoop ik een voorbeeld te zijn voor mijn collega’s op de universiteit.

De filosofie van mijn leven is grotendeel existentieel: Martin Heidegger herinnert ons eraan dat voor een mens telt: Wir sind gewurfen. Van Jean Paul Sartre heb ik geleerd dat we tijdens ons leven verantwoordelijkheid moeten nemen voor onze acties en daar het beste van moeten maken. Dat is in het kort ook wat ik heb gedaan in mijn academische carrière: vastbesloten heb ik mezelf constant gecreëerd en gerecreëerd, en daar ben ik nog steeds mee bezig. Mijn academische leven houdt niets anders in dan interessant onderzoek doen op het gebied van marketing, organisatiekunde en neurowetenschappen. Steeds stond daarbij de vraag centraal hoe ik mijn kennisgrenzen kon verleggen. Dat doe je vooral door samen te werken met onderzoekers in  binnen- en buitenland. Ik kom hier later nog op terug.

Ik ben geboren in België, volgde daar een landbouwschool en raakte vervolgens geïnteresseerd in de filosofie. Aan de Rijkuniversiteit Gent was toentertijd een aantal zeer provocatieve en innovatieve professoren actief: Leo Apostel, Jaap Kruithof, Etienne Vermeersch and Rudolf Boehm. Zij zorgden voor een bijzonder interessante tijd vol met intellectuele verrassingen. Als filosoof werden wij verondersteld onze eigen theorieën en meningen te ontwikkelen, wat mij buitengemeen prikkelde en uitdaagde. En stil zat ik daar zeker niet. Toen ik vijftien jaar oud was vertelde een oom mij het verhaal van een vriend van hem die al de avond voor het nieuwe collegejaar startte, begon met studeren voor de tentamens. Dat ben ik nooit vergeten en zie ik nog steeds als een van de belangrijkste inspiratiebronnen uit mijn loopbaan. Dat was dus ook precies wat ik deed toen ik mij meldde aan de RU Gent en wat ik ook nu nog van harte aan een ieder meegeef: door hard te werken haalt een mens het beste uit zichzelf in het leven – dat praktiseer ik tot de dag van vandaag.

Voordat ik in Gent afstudeerde in de wijsbegeerte had ik als student ooit een bijbaantje als schoonmaker bij de later failliet verklaarde Sabena Airlines. Dat leverde een gratis ticket op naar Zuid-Amerika, waar ik voor het eerst de echte wereld zag: niet die uit de boeken of van de televisie, niet de kleine cirkel om mij heen, maar de grote werkelijkheid. Daar heb ik veel van geleerd. Daardoor gelouterd en weer terug in België besloot ik dat ik er goed aan deed een Ph.D te volgen in de Verenigde Staten van Amerika, het land dat ik toen zag als het meest innovatief op het vlak van de wetenschap. Ik kreeg een beurs voor de Universiteit van Pennsylvania en bracht daar een prachtige en zeer interessante tijd door.

Dat kwam ten eerste omdat vlak voor mijn aankomst aldaar Ronald Reagan tot president was verkozen. Diens credo was dat een ieder zijn eigen verantwoordelijkheid moest nemen en daar zijn gevolgtrekkingen uit moest trekken. Ik vond dat hij gelijk had, mijn intellectuele werk (in de filosofie) zou praktische applicaties moeten bevatten en dat werd een nieuwe uitdaging. Was in Europa maatschappelijk engagement altijd mijn drijfveer geweest – en dit ondanks de hoge ambities die ik koesterde –, in de Verenigde Staten veranderde ik mijn grondhouding radicaal, nam mijn verantwoordelijkheid en bereidde mezelf voor op de toekomst: ik besloot interdisciplinair te gaan opereren. Dat deed ik door de vakgebieden opvoedkunde, communicatie en marketing met elkaar te verbinden. Gelukkige bijkomstigheid was ook dat ik er professor Chance en zijn vrouw onmoette, die mij gratis onderdak boden waarvoor ik in ruil wel enige tuinen en appartementen moest onderhouden in Pine Street, Philadelphia. Ik studeerde in de ochtend, werkte ‘s middags in tuinen en maakte huizen schoon, trainde daarna intens voor het hardlopen, sliep dan een uur en studeerde weer iedere dag tot 5 uur ‘s ochtends. Dag in dag uit.

Ik hield van de intellectuele sfeer op Penn: alle professoren hadden hun eigen instituut, ze bekleedden co-chairs in verschillende faculteiten en vakgroepen, we werden gestimuleerd om daar ook vakken te volgen en zo kreeg ik de kans om bekende professoren te ontmoeten in verschillende vakgebieden, zoals Lenn Lodisch, Bart Weitz, Erving Goffman, David Schmittlein, Barbara Hernstein Smith en Brian Sutton Smith (mijn thesis-adviseur). Toen ik mijn Ph.D had afgerond en Penn verliet, was ik goed opgeleid en getraind wat kennis betreft, maar was ik ook beter in staat om te leren overleven, verantwoordelijkheid te nemen en mijn eigen (kleine) wereld te veroveren. Ik kreeg een baan aangeboden bij een reclamebureau in New York: NY Ayer. Dit was een bijzondere ervaring maar al vanaf mijn achttiende voelde ik dat het academische leven mijn doel was: ik hield van de intellectuele vrijheid maar ook van de angsten en de risico’s die dat met zich brengt.

 

‘Laat duizend bloemen bloeien’

Verhuizen naar Nederland was een hele ervaring. Mijn eerste directeur was professor Jan Bunt die een fundamentele zinspreuk had: ‘Laat duizend bloemen bloeien’. Ik omarmde deze woorden graag omdat ik dit ook zo had ervaren aan de Universiteit van Pennsylvania. De Erasmus Universiteit is een plek waar je de kans krijgt jezelf te ontwikkelen (althans zoals ik het heb ervaren) en dus ben ik daar gaan werken als academicus maar ook als ondernemer. Ik wilde bloeien als een bloem en mijn talenten gebruiken tijdens mijn werk. Mijn carrière begon vrij snel: net zoals ik wedstrijden liep. In 1988 werd ik gefascineerd door Brian Arthur’s begrip ‘path dependency and complex systems’ – voor mij betekende marketingmanagement immers de creatie en het management van complexe systemen. Ik begon samen te werken met Paul Farris (Darden School of Business) met wie ik een paper schreef over path dependency in marketing. Tot mijn grote verbazing had geen enkele onderzoeker binnen ons vakgebied enig interesse voor dit begrip. Shelby Hunt zei indertijd dat path dependency in marketing zeldzaam is, terwijl wij juist dachten dat het een van de essenties was. Praktijkmensen vonden dit begrip evenwel erg interessant en al snel kwam ik in het sprekerscircuit terecht en raakte het schrijven van papers in gedrang. Uiteindelijk is het wel tot een geslaagde paper gekomen over path dependency, in samenwerking met  Peter Dickson en Paul Farris, en deze kreeg de Best Paper Award in The Journal of the Academy of Marketing Science.

Deze beginjaren aan de Erasmus gebruikte ik om mijn weg te vinden in marketing. Jan Bunt en Ben Bakker moedigden me aan te focussen op het verkoopvak: niet verrassend, verkoopmensen zijn ‘jagers’ of ‘zoekers’ en ze zijn de enigen in een firma die direct verantwoordelijk zijn voor hun acties en resultaten. Zo zal ik verkoopmensen dan ook altijd zien: zij zijn het die er uiteindelijk voor zorgen dat ondernemingen winst maken of niet. Voorts is het belangrijk op te merken dat verkopers (en dan vooral de betere) goed met tegenspoed kunnen omgaan. Ze hebben veerkracht. Hun capaciteiten om te communiceren, hun steeds op zoek gaan en ondernemend zijn is wat ik onderzoek. Maar het is ook en vooral wat ik zelf doe. Ik heb geleerd dat bij het oppakken van nieuwe onderwerpen mensen de neurotransmittor ‘dopamine’ aanmaken, die mensen blij maakt zowel als nieuwsgierig. Dat is te zien op mijn cv toch?

Door de jaren heen heb ik geleerd dat vertrouwen en het doen van research samengaan. Shelby Hunt heeft ooit gezegd: In order to compete, cooperate! Het creëren van ideeën is belangrijk, maar om een succesvol onderzoeksproject te voltooien en een goede paper te schrijven hoor je samen te werken in een team. Ik heb geleerd wat de waarde is van co-auteurs. Een deel van mijn identiteit wordt bepaald door loyaliteit naar mensen toe die ik vertrouw en die op hun beurt mij vertrouwen, maar evenzeer maakt never change a winning team daar deel van uit. Dus blijf ik samenwerken met dezelfde co-auteurs.

Veel onderzoek doe ik met Rick Bagozzi, in het bijzonder naar emoties en neurowetenschappen. Met hem ontdekte ik dat wanneer verkopers spreken met hun klanten ze ook angsten hebben en dat het van belang is hoe ze daarmee omgaan; verkopers worden immers vaak afgewezen door klanten. En afwijzing gaat gepaard met intense emoties. Hoe beter je met die emoties omgaat, hoe productiever je bent als verkoper. En wat misschien nog belangrijker is: goede verkopers ervaren ook snel gêne. Gêne ontstaat wanneer iemand door een plotselinge gebeurtenis uit zijn rol valt en daardoor onverwacht op hetzelfde niveau als zijn gesprekspartner komt te staan. Merkwaardig: juist door een gênant incident bouwen verkopers betere relaties op met hun klanten.

Tot slot, ik heb geleerd dat wanneer iemand creatief wil zijn het belangrijk is om te rusten en te blijven geloven in jezelf. Sporten is essentieel voor mij. Ik speel golf, loop hard (heb de Rotterdam Marathon al meerdere keren volbracht) en ga regelmatig naar de sportschool (ik verbrand ongeveer 100.000 calorieën per jaar). Als mensen intensief sporten, slapen ze beter, denken ze helderder en verkrijgen ze een breder perspectief op het leven.

Andere hobby’s heb ik ook. Zo werk ik in de winter een maand in de Amerikaanse universiteitsstad Ann Arbor, waar Rick Bagozzi resideert, en train in de kou voor de Marathon van Rotterdam. Of ik huur ik een hotelkamer naast een Starbucks coffeeshop in Zuidoost-Azië (Thailand of Vietnam) waar ik boeken schrijf en studeer en tegelijkertijd geniet van de zon. Soms ook bezoek ik Ann Arbor in de zomer om mijn samenwerking met Bagozzi voort te zetten.

Mijn favoriete muziek is van Mozart: de Piano Sonates, gespeeld door Mitsuko Uchida, in het bijzonder de sonates in D (K311), D (K330) en A (K331). Vaak als ik werk staat deze cd op, wat me rustig maakt. Daarnaast hou ik van muziek van Philip Glass (Mad Rusch en Dances 1-5). De verschillende bezoeken aan Zuidoost-Azië hebben me geïnspireerd voor het boeddhisme.

Nog een extra toevoeging: het belangrijkste boek over business, en voor mij en niet voor mij alleen een inspiratiebron, is geschreven door Spencer Johnson: Who moved my cheese – maar dat zal de lezer niet verrassen.

Professioneel Betaalbaar Content Management Systeem